In het verkeer was (en soms nog steeds) ik altijd zo opgejaagd zeg. “Hallo, je rijdt te langzaam! Je voegt in op een snelweg: geef gas! De één gaat te langzaam. “Jemig, wat een irritant zeg, hij hoeft niet zo dicht achter me te rijden”. De ander zit te dicht op m’n bumper.

“Sjongejonge, die houdt echt met niemand rekening, hij/zij houdt alles op” De ander blijft maar links rijden en houdt het hele verkeer achter zich op (ga naar RECHTS!)

Met m’n vriend heb ik weleens bedacht om bordjes te maken. Zodat, als je langs de desbetreffende auto rijdt, je een bordje omhoog kan houden. Bijvoorbeeld “Ga naar rechts” als iemand in het midden van de baan blijft rijden. En er megaveel ruimte op de rechterbaan is. Haha! Ik heb ze niet gemaakt.

Het verkeer is een irritatiefactor. Er rijdt altijd wel iemand in de weg, haha!

Hoe DENK ik over een situatie?

Maar waar de irritatie vandaan komt? Dat ligt niet aan het verkeer. Dat ligt aan mezelf. Stel hè? Ik rij op zo’n eenbaansweg waar je 80 mag rijden. En er rijdt iemand voor me die 70 rijdt. En ik heb haast.

Dan kan ik twee dingen doen.

Óf ik ga me ergeren aan de langzaamheid. Ik voel me geïrriteerd worden. Voel me gejaagd. Maak wat handgebaren. Maar ik schiet er niks mee op. Door m’n gedachten wind mezelf voor niks op, want aan de situatie kan ik toch niks veranderen. De auto voor me blijft 70 rijden.

Óf ik richt me op het autorijden. Luister naar de muziek. Accepteer dat ik nu eenmaal achter deze langzame auto rijdt. En koppel er een positieve gedachte aan: “misschien zit er wel iemand in die auto die helemaal niet bekend is in de omgeving” of “het is misschien iemand die al wat ouder is en voorzichtig rijdt”.

Als ik die laatste twee gedachten op laat komen voel ik me rustiger. Krijg ik meer begrip. En ebt het gehaaste en geïrriteerde gevoel weg. Het is zoals het is. En ik kan mezelf wel opwinden omdat ik harder wil rijden en haast heb, maar het veranderd niks aan de situatie. Het enige wat (negatief) veranderd is mijn gevoel.

In dezelfde situatie, maar een andere ervaring

En weet je? Misschien raak jij helemaal niet geïrriteerd als je achter iemand rijdt die langzaam is. Of als je bijvoorbeeld een file inrijdt. Want ook al bevinden mensen zich in exact dezelfde situatie, hun reacties zijn per persoon verschillend. Ze ervaren andere gevoelens in dezelfde situatie. Kijk maar eens om je heen.

Deze verschillen in gevoelens en reactie laten zien dat de manier waarop wij naar een situatie kijken, wordt bepaald door hóe wij erover DENKEN en welke betekenis wij eraan geven.

De Griekse wijsgeer Epictetus zei:

Het zijn niet de gebeurtenissen zelf die de mensen bang (of boos) maken, maar de manier waarop ze tegen die gebeurtenissen aankijken, hoe zij deze in hun hoofd beleven

Oftewel de manier waarop je denkt óver een gebeurtenis is voor een groot deel verantwoordelijk voor de gevoelens en spanning die je daarbij ervaart. Én het zegt ook dat je jouw manier van
denken kan beïnvloeden zodat je minder of geen spanning ervaart.

Simpel gezegd: 

Negatieve gedachte over een situatie = negatief gevoel (opgejaagd, boos, gestresst, teleurgesteld etc.)
Positieve gedachte over een situatie = positief gevoel (kalm, blij, opgewekt, empathie etc.)

De volgende keer dat jij je ergens aan irriteert of ergert, sta dan even stil bij welke gedachten naar boven komen. En wat die gedachten met je doen. Probeer vervolgens, en ja dat is soms lastig en vergt oefening, een positieve gedachte aan de gebeurtenis te koppelen. En voel dan wat het met je doet.

Keep practising! Het is niet altijd makkelijk om een positieve gedachte te formuleren als je jezelf al geïrriteerd of boos voelt. Je kan ook achteraf voor jezelf nagaan welke gedachte je eraan had kunnen koppelen. Hoe meer je oefent, hoe meer je jezelf ervan bewust wordt en hoe beter het je lukt.

Waar kies jij voor?